Beknelling van de centrale zenuw (nervus medianus) in de pols. Meest voorkomende zenuwbeknelling.
- Nachtelijke tintelingen die u wakker maken
- Tintelingen in duim, wijsvinger en middenvinger
- Hinder bij fietsen of autorijden
- Laten vallen van voorwerpen en verlies fijne motoriek
Behandeling: nachtspalk, cortisoninjectie of operatieve vrijlegging van de zenuw (open release of endoscopisch — ECTR).
Beknelling van de elleboogzenuw (nervus ulnaris) ter hoogte van de elleboog, in de sulcus van de mediale epicondyl. De op één na meest voorkomende zenuwbeknelling.
- Tintelingen en gevoelloosheid in de pink en ringvinger
- Klachten die verergeren bij het buigen van de elleboog (telefoon vasthouden, slapen)
- Krachtverlies bij het knijpen en grijpen
- In een vergevorderd stadium: spieratrofie van de kleine handspieren
Behandeling: ergonomische aanpassingen, nachtspalk of operatieve behandeling (in-situ decompressie of anterieure transpositie van de zenuw).
Ontsteking van de peesschede waardoor de vinger of duim blijft 'haperen' bij het buigen of strekken.
- Pijnlijke klik bij het bewegen van de vinger
- Vinger blijft in gebogen stand steken
- Pijn en drukgevoeligheid in de handpalm
- Stijfheid 's morgens bij het opstaan
Behandeling: cortisoninjectie of kleine ambulante operatie (A1-pulley release).
Pijnlijke peesontsteking aan de duimzijde van de pols, typisch bij jonge ouders, sporters en mensen met repetitief werk.
- Scherpe pijn ter hoogte van de duimbasis
- Pijn bij grijpen, wringen of bewegen van de duim
- Soms zwelling of een krakend gevoel
Behandeling: spalken, cortisoninjectie of operatieve vrijlegging van de peesschede.
Goedaardige ronde zwelling gevuld met taai vocht, vaak aan de pols of vingers. Niet gevaarlijk maar kan hinder of pijn geven.
- Zichtbare gladde, vaste zwelling
- Wisselende grootte (groter bij belasting)
- Soms pijn bij beweging of druk
Behandeling: afwachtend beleid, aspiratie (leegprikken) of operatieve verwijdering.
Slijtage van het zadelvormige gewricht aan de basis van de duim (CMC-1 gewricht). Zeer frequent, vooral bij vrouwen boven de 50 jaar. Bemoeilijkt alledaagse handelingen:
- Pijn bij knijpen, grijpen en krachtzetten met de duim
- Het opendraaien van een bokaal of kraan
- Het omdraaien van een sleutel
- Zwelling en gevoeligheid aan de duimbasis
- Verminderde knijpkracht en functieverlies
Behandeling: conservatief met spalken, pijnstilling en cortisoninjectie. Bij onvoldoende effect kan een operatieve behandeling overwogen worden: bij voorkeur een duimbasisprothese (gewrichtsvervanging), of als alternatief een trapeziëctomie (verwijdering van het trapezium met of zonder suspensionplastiek).
Slijtage in de kleine gewrichten van de vingers. Komt typisch voor ter hoogte van het eindgewricht (DIP — Heberden-knopen) en het middengewricht (PIP — Bouchard-knopen).
- Stijfheid en pijn, vooral 's morgens of bij belasting
- Zichtbare knobbels op de vingergewrichten
- Geleidelijk toenemende standsafwijking
- Verminderde knijpkracht en grip
Behandeling: conservatief met pijnstilling, spalken en ergotherapie. Bij ernstige gevallen operatief: gewrichtsprothese (siliconenprothese) of artrodese (gewrichtsverstijving).
Slijtage in het polsgewricht, vaak als gevolg van een oud trauma (bijv. scaphoidfractuur of ligamentletsel), reumatoïde artritis of idiopathisch. Leidt tot progressieve pijn en bewegingsbeperking.
- Pijn bij belasting en beweging van de pols
- Toenemende stijfheid en krachtverlies
- Zwelling ter hoogte van het polsgewricht
Behandeling: afhankelijk van oorzaak en ernst — conservatief (spalken, infiltratie), arthroscopisch debridement, gedeeltelijke polsartrodese (four-corner fusion), proximale row carpectomy of totale polsartrodese.
Een van de meest voorkomende botbreuken, vaak na een val op een uitgestrekte hand.
- Hevige pijn en zwelling ter hoogte van de pols
- Zichtbare vervorming ('vorkdeformiteit')
- Beperkte polsbeweging
Behandeling: gipsimmobilisatie of operatieve fixatie met plaatje en schroeven (ORIF).
Fracturen van de vingerkootjes (phalangen) of middenhandsbeenderen (metacarpalia). Vaak na een val, sportblessure of stomp trauma.
- Zwelling, pijn en blauwe verkleuring
- Standsafwijking of rotatieafwijking van de vinger
- Onvermogen om de vinger te bewegen
Behandeling: stabiele, niet-verplaatste breuken kunnen conservatief behandeld worden met spalken en buddy-taping. Bij verplaatste, instabiele of intra-articulaire fracturen is operatieve fixatie aangewezen (met pinnetjes, schroeven of plaatjes). Nauwkeurige repositie is cruciaal om rotatieafwijkingen en functieverlies te voorkomen.
Acute verwondingen (snijwonden, zaagletsel, glaswonden) waarbij pezen, zenuwen en/of bloedvaten in de hand of pols beschadigd zijn. Vroege herkenning en snel chirurgisch herstel zijn essentieel voor een optimaal resultaat.
- Peesletsels: onvermogen om een vinger te buigen (buigpeesletsel) of te strekken (strekpeesletsel)
- Zenuwletsels: gevoelsverlies in vingers, krachtverlies in de hand
- Vaatletsels: bloeding, doorbloedingsstoornissen van de vinger
Behandeling: microchirurgisch herstel onder operatiemicroscoop of loepvergroting. Nabehandeling met handrevalidatie en specifieke spalkbehandeling is cruciaal voor het functioneel resultaat.
Progressieve aandoening waarbij bindweefselstrengen in de handpalm en vingers de vingers (vaak ringvinger en pink) richting de handpalm trekken. Niet pijnlijk maar functioneel beperkend.
- Tast vaker mannen aan, toename met de leeftijd
- Erfelijke aanleg speelt een belangrijke rol
- Hinder bij handenschudden, handen wassen, handschoenen aantrekken
- Geleidelijk toenemende buigcontractuur van de vingers
Behandeling: naaldaponeurotomie (percutaan, minimaal invasief), lipofilling of open chirurgische verwijdering van het zieke bindweefsel (partiële fasciëctomie). De keuze hangt af van de ernst, locatie en het stadium.
Letsel van het Triangular Fibrocartilage Complex — een kraakbeen- en bandstructuur aan de ulnaire zijde (pinkzijde) van de pols. Kan ontstaan door een val, draaitrauma of slijtage.
- Pijn aan de pinkzijde van de pols
- Pijn bij steunen op de hand, draaibewegingen (bijv. handdoek uitwringen) of axiale belasting
- Klik- of krakende geluiden bij polsbewegingen
- Zwelling en instabiliteitsgevoel
Behandeling: spalken en rust in eerste instantie. Diagnose kan worden bevestigd via MRI en/of polsarthroscopie. Arthroscopisch kan het letsel gelijktijdig worden behandeld door middel van debridement of hechting.
Beschadiging van de intrinsieke polsligamenten (met name het scapholunaire of lunotriquetraal ligament), waardoor de polsbeentjes niet meer stabiel samenwerken. Vaak na een val of verdraaiing, soms onopgemerkt in het acute stadium.
- Pijn bij belasting en draaibewegingen van de pols
- Klikkende of krakende geluiden bij polsbeweging
- Gevoel van instabiliteit of 'doorzakken' van de pols
- Verminderde grip- en polskracht
Behandeling: afhankelijk van het stadium — polsarthroscopie voor diagnose, gevolgd door directe hechting, ligamentreconstructie of, bij chronische instabiliteit met artrose, een salvage-procedure (gedeeltelijke polsartrodese).
Breuk van het scaphoïd (os scaphoideum), een klein maar cruciaal handwortelbeentje. Ontstaat vaak na een val op de uitgestrekte hand. Deze breuk wordt regelmatig gemist op standaard röntgenfoto's — een CT-scan of MRI is soms nodig om de diagnose te bevestigen.
- Pijn in de anatomische snuifdoos (duimzijde pols)
- Zwelling en verminderde knijpkracht
- Pijn bij axiaal druk op de duim
Behandeling: niet-verplaatste fracturen kunnen behandeld worden met gipsimmobilisatie (duimgips). Bij verplaatste breuken of pseudoartrose (non-union) is operatieve fixatie aangewezen met een koppeloze schroef (headless compression screw), eventueel gecombineerd met een bottransplantaat.
Kleine, doorzichtige blaasjes nabij het nagelbed, meestal gerelateerd aan artrose in het eindgewricht van de vinger (DIP-gewricht).
- Zichtbare zwelling nabij de nagel
- Kan nagelgroei verstoren (gleuf in de nagel)
- Soms pijnlijk bij druk
Behandeling: afwachtend beleid, aspiratie of chirurgische excisie met verwijdering van osteofyten.
Afscheuring van de strekpees aan het eindkootje, waardoor het topje van de vinger naar beneden hangt en niet meer actief gestrekt kan worden. Vaak veroorzaakt door een bal tegen de vingertop.
- Onvermogen om het topje van de vinger te strekken
- Zwelling en pijn aan het eindgewricht
Behandeling: stackspalk gedurende 6–8 weken (continu!) of operatief bij botfragment of chronisch letsel.
Letsel van de centrale slip van de strekpees ter hoogte van het PIP-gewricht, met kenmerkende vingerstand: buiging in het middelste gewricht en overrekking in het eindgewricht.
- Onvermogen om het middelste vingerlid actief te strekken
- Typische Z-stand van de vinger
Behandeling: spalkbehandeling (vroegtijdig) of operatieve reconstructie bij chronische gevallen.